mdh16-molenbezoek

De molen en z’n verhaal

In het hart van het Betuwse dorp Elden, dat van oudsher bekendstaat om zijn fruit- en tabaksteelt, staat een opvallende witte, ronde stenen beltkorenmolen uit 1846. Deze windmolen werd gebouwd in opdracht van R. Mulder uit Elst, destijds de gemeente waaronder Elden viel.

Hoewel de molen op een gunstige plek stond (goede molenbiotoop), was het gebruik ervan toch niet zonder problemen. Baron E.L. van Voorst tot Voorst vond dat het molenterrein te dicht bij zijn eigen land lag en klaagde dat de draaiende wieken zijn paarden deden schrikken. Hij vroeg de gemeenteraad om de molenaar te verplichten de molen stil te zetten telkens wanneer er met paarden op zijn land werd gewerkt. Dit verzoek werd goedgekeurd.

In 1888 werd de molen verkocht aan G. van der Weerdt. In 1900 liet hij een aanbouw plaatsen waarin hij een stoommachine installeerde. Deze werd in 1910 vervangen door een petroleummotor, waarmee de kunststenen op de maalzolder werden aangedreven.

Op foto is die aanbouw nog te zien. Van deze mechanische aandrijving zijn nog enkele onderdelen bewaard gebleven, waaronder een stel maalstenen dat niet meer in gebruik is.

Bron: Gelders Archief: 1544 – 1803-0001, Fotocollectie Gerth van Roden

In 1924 nam zoon Art de molen over. Zijn leven als molenaar was allesbehalve makkelijk: de aanvoer van graan nam steeds verder af, vooral door de opkomst van fabrieken waar het graan machinaal werd gemalen.

In 1931 stopte men met het malen op windkracht, waarna de molen langzaam in verval raakte. Toch kende de molen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog een opvallende opleving. Enkele mensen probeerden in die moeilijke tijd — ongetwijfeld met goede bedoelingen — de molen ‘De Hoop’ weer op windkracht te laten draaien. Helaas hadden ze onvoldoende kennis van zaken, waardoor ze veel schade aanrichtten. Sindsdien was het niet meer mogelijk om de molen te gebruiken.

Na de oorlog wilde men de inmiddels flink beschadigde molen behouden als dorpsmonument. In 1951 werd hij gerestaureerd door het bedrijf Beyk uit Afferden. Tijdens deze restauratie werden onder andere nieuwe roeden geplaatst, afkomstig van de korenmolen ‘Vooruit’ in Elshout, die op dat moment op de nominatie stond om gesloopt te worden.

Toch werd er nauwelijks nog op windkracht gemalen. De meeste boeren lieten hun graan verwerken in fabrieken, en door de uitbreiding van de stad Arnhem nam het aantal landbouwbedrijven rond de molen sterk af. In 1966 werd deze verandering officieel toen Arnhem het dorp Elden annexeerde; tot dat moment viel Elden nog onder de Betuwse gemeente Elst.

Na het overlijden van Art van de Weerdt in 1973 werden de molen en het omliggende terrein in 1975 verkocht aan de Gemeente Arnhem voor het symbolische bedrag van 1 gulden. Samen met het Rijk en de Provincie is de molen in 1977 gerestaureerd door molenmaker Groot Wesseldijk uit het Gelderse Laren. Daarbij zijn de kap en het wiekenkruis vrijwel geheel vernieuwd. Op Nationale Molendag, 13 mei 1978, kon burgemeester J.A.F. Roelen van Arnhem de fraai opgeknapte molen weer in gebruik stellen.

Na de restauratie draaiden vrijwillige molenaars de molen. Nadat de dames Witjes enkele jaren de molen voor de prins lieten draaien (draaien zonder te malen), bracht molenaar Hans Derksen daarin verandering. Vanaf 1982 ging hij weer malen op ambachtelijke wijze. Tot 1989 ging het goed met de molen. Er was veel bijval van vooral de Eldenaren en over publieke belangstelling had de molen niet te klagen. Maar door o.a. het tekort aan gediplomeerde assistentie en teruglopende klandizie stopte Hans met het draaien en werden de molendeuren gesloten. Een paar slechte jaren braken aan waarin de conditie van de molen snel achteruit ging.

Bron: Gelders Archief: 1524 – 2779 Diacollectie Gemeente Arnhem

In 1993 werd er opnieuw een molenaar gevonden. Voor het oogstfeest wist de Dorpsraad Jarke Schober te strikken om de molen weer in beweging te brengen. Er werd een overeenkomst gesloten met de eigenaar, de gemeente Arnhem, en vanaf dat moment draaide en maalde de beltmolen weer volop.

Helaas moest Jarke vanwege gezondheidsproblemen stoppen met het malen. Hoewel het malen stil kwam te liggen, bleef de molen toch draaien — en dat was te danken aan de inzet van molenaar Harry Vos, die de molen ‘voor de prins’ in beweging hield.

In juli 2024 neemt Jarke na maar liefst 31 jaar afscheid van de molen. Hij draagt het stokje over aan Denise de Grave. Denise kwam in de zomer van 2021 naar de molen om haar opleiding te starten, en sinds ze is geslaagd, heeft ze het plan opgevat om de molen weer echt te laten malen.

Om dat mogelijk te maken, zijn de maalstenen en het lichtwerk hersteld door een gespecialiseerde molensteenmaker. In de zomer van 2024 kon er voor het eerst weer een proefmaal sessie plaatsvinden — een belangrijke stap richting een volledig werkende ‘maalvaardige molen’.

Met veel enthousiasme doormalen ging niet lukken want in augustus werd de molen in de steiger gezet voor het schilderen van de buitenkant en het vervangen van het riet op de kap. Het leek wel of kunstenaar Christo langs was geweest (bekend van het inpakken van allerlei grote objecten en gebouwen, zoals de Rijksdag in Berlijn). Op 2 november 2024 (Gelderse Molendag) was de steiger weer weg en kon er feestelijk gedraaid worden.


Dat onze molen inmiddels zo’n 180 jaar in het dorp Elden in de belangstelling staat blijkt wel uit de verschillende kranten berichten die terug te vinden zijn. Een selectie meest in het oog springende artikelen is hieronder terug te lezen.

De Courant (Telegraaf), 10 nov. 1911

Een beetje dramatisch bericht in het dagblad dat we tegenwoordig kennen als de Telegraaf over een jongen die letterlijk een klap van de molen kreeg. Zijn toestand was op dat moment ‘hopeloos’. Hoe het met hem is afgelopen vertelt het bericht niet. Wie was “J. van R.”?


Lees meer


Arnhemsche Courant, 25 juni 1951

Kort na de oorlogsjaren wordt het idee opgevat de molen te restaureren. Wie zien we naast de molen op de foto afgebeeld?

In het dorpje Elden heeft Zaterdagmiddag de burgemeester van Elst, de heer Klein, de 100 jaar oude molen, die pas gerestaureerd is, weer in werking gesteld.

…Deze molen is 20 jaar geleden (1931) door de eigenaar van een electro-motor voorzien…


Lees meer


Gelders Dagblad, 24 dec 1954

Onder het kopje ‘Molens in het Gelders landschap’ een artikel over grond- en beltmolens waarbij onze molen wordt genoemd

…In de Over-Betuwe vindt men een goed voorbeeld van een beltmolen, n.l. de hierboven afgebeelde korenmolen ‘de Hoop’ te Elden. Ook deze molen was jaren geleden in verval geraakt. Gelukkig is deze ruim 100-jarige voor de Over-Betuwe, die tegenwoordig toch als zo weinig molen meer bezit, behouden. Dank zij de steun van verschillende zijden is hij in 1951 gerestaureerd en laat thans zijn gestroomlijnde wieken weer lustig draaien!


Lees meer


Parool, 21 april 1976

De Arnhemse zusjes Monika en Irmgard Witjes worden de molenaars van ‘De Hoop’. Op het moment van schrijven zijn ze nog in opleiding en moeten het examen nog afleggen. De dames zijn uit Huissen afkomstig, de gemeente waar Elden deel van heeft uitgemaakt.

..Misschien komt er ooit nog eens een tijd dat de warme bakker in het door Arnhem zuidelijke nieuwbouwwijk Malburgen opgeslokte rustieke dorpje Elden weer brood bakken van meel dat is gemalen op hun ‘eigen’ Eldense molen.

Weliswaar moeten ze dit voorjaar hun examen nog afleggen en zal molenbouwer Herman Groot Westerdijk uit het Achterhoekse Laren nog hard moeten sleutelen, maar ijs en weder dienende is het niet helemaal een sprookje meer dat de Eldense bakkers over een jaar of wat ‘naast de deur’ meel kunnen halen om nog warmer dan warm te kunnen bakken.


Lees meer


Het vrije volk, 6 juli 1976

De zusjes Witjes zijn inmiddels geslaagd en nemen alle tijd om de verslaggever te woord te staan. Het geeft een inkijkje over de stand van zaken midden jaren zeventig toen de molen er niet al te best voor stond.

“…op een gegeven moment vroeg de voorzitter van de Gelderse Molenvereniging waarvan ik inmiddels lid was of ik geen cursus amateur-molenaar wilde volgen. In Elden, vier kilometer van Huissen af, stond namelijk een molen leeg en die kon ik dan wel beheren…”

…De Eldense molen die zij tot hun beschikking hebben moet eerst nog gerestaureerd worden. De kosten voor de restauratie bedragen zeker een half miljoen (gulden) en het is nog maar de vraag of de gemeente dat allemaal kan opbrengen. Monica: “Als de gemeente het niet wil betalen gaan we zelf een actie op touw zetten. Die moel moet er gewoon komen”.


Lees meer